Schraapstaal is het om het even. Schraapstaal speelt alles tussen middeleeuws en modern. Als het swingt, is het goed.
Onze muziek is geënt op Westeuropese volksmuziek. Franse, Engelse en Nederlandse getinte deunen en danswijsjes worden afgewisseld met eigen materiaal. Een bijzondere cadans geven de niet-westerse maatsoorten die bij tijd en wijle worden gebruikt.
De instrumenten waarop wij spelen zijn draailier, trekzak, blokfluit, viool, doedelzak, rinkelboom, gitaar, contrabas en djembé. Vooral karakteristiek is de draailier, een bourdoninstrument dat in onze contreien vooral bekend werd als bedelinstrument. In Frankrijk werd het in de 18e eeuw een verfijnd hofinstrument waarvoor componisten speciaal muziek componeerden. Schraapstaal maakt muziek voor feesten, balfolks, braderieën en festivals. Al naar gelang de situatie wordt luister- en/of dansmuziek gespeeld. En omdat Schraapstaal niet met snoeren is verbonden, kan eenvoudig op iedere plaats worden gespeeld.
Corné speelt trekzak. Behalve bij Schraapstaal speelt hij bij de Utrechtse dansgroep Pieremachochel en daar is hij van onschatbare waarde. Het Nederlandse dansrepertoire beheerst hij als geen ander en hij brengt dat als volleerd speelman op authentieke wijze. Een voorbeeld van zijn vakmanschap voor dansbegeleiding is hier te downloaden als mp3-bestand (2,16 Mb).
Bij Schraapstaal is hij onmisbaar, zowel wat betreft de trekzak als zijn inbreng in repertoire-keuze. Dat wordt echter niet tegen hem gezegd omdat de overige bandleden bang zijn dat hij dan naast zijn schoenen gaat lopen.
Gitta Margaroli
Gitta speelt draailier en gitaar. De draailier is het instrument waarmee Schraapstaal zich onderscheid van veel andere groepen. Dit bourdoninstrument met snerpend ritme draagt in belangrijke mate bij aan de klankkleur van de groep en aan de dansbaarheid van het repertoire.
Het liefste zag Gitta dat Schraapstaal versterkt ging spelen. Dan zou niet alleen de snerp van de draailier overal en altijd hoorbaar zijn, maar ook de melodie en bourdons. De overige bandleden vinden dat maar niets omdat een draailier nu eenmaal geen eerste viool is.
Marco Campman
Marco speelt contrabas en djembé. Hij wist langs duistere wegen een contrabas te scoren toen Schraapstaal van start ging en eiste meteen zijn plek op door een geslaagde \\\\\\\'wheely-turn\\\\\\\' met het instrument te maken. Het bleek helaas een \\\\\\\'lucky shot\\\\\\\': alle pogingen tot herhaling leidden slechts tot zware beschadigingen aan de bas.
Later verwierf hij uit Donker-Afrika een djembé, waarop hij zijn natuurlijke talent voor ritme luidruchtig botviert. Voordat hij de djembé ontving, beperkte hij zich tot vingertrommelen op zijn eigen keukentafel. Dat vonden de overige bandleden wel zo rustig.
Marieke van Leersum
Marieke speelt blokfluit in alle variëteiten, van sopranino tot tenor. Zij kan het repertoire op iedere blokfluit in verschillende octaven spelen. Het is maar net hoe haar pet staat. Grepen waar vrolijke fluiters niet van durven dromen, strooit zij achteloos boven iedere melodie uit. Ze is de beste instrumentalist van Schraapstaal en door haar spel is de Schraapstaal-sound helder en scherp.
Wanneer Marieke te moeilijke muziek inbrengt, veinzen de overige bandleden om de beurt dat ze de melodie niet zo mooi vinden.
Nico Beltman
Nico speelt doedelzak en viool en heel soms 4 akkoorden op een gitaar. Omdat hij doedelzak speelt en dus goed hoorbaar is, let hij nooit op wanneer de overige bandleden ophouden. Hij speelt dan gewoon door en denkt dat hem een solo wordt gegund. Sinds hij doedelzak speelt, doet hij dat ook op viool.
De overige bandleden hebben de conclusie getrokken dat doedelzakspelen de geestelijke gezondheid niet bevordert. Met name die van de bespeler niet.
Het repertoire van Schraapstaal komt voort uit de West-Europese muzikale tradities. Melodieën uit Nederland, de Britse eilanden, Frankrijk en Scandinavië vormen de hoofdmoot. Zowel oude als nieuwe melodieën, waaronder eigen materiaal, worden onder handen genomen en ook schrikt Schraapstaal niet van onregelmatige maatsoorten.